Slot Monaise

Net voor het begin van de bebouwde kom van Trier-Zewen loopt er vanaf de hoofdstraat (B49) in de richting van de Moezel een zijstraat naar slot Monaise.

In de jaren 1779 tot 1783 liet de domdeken en latere domproost van Trier Philipp Franz graaf van Walderdorff op de westkant van de Moezel een zomerresidentie in de stijl van het Franse vroegclassicisme bouwen. Als architect contracteerde hij de Franse bouwmeester Francois Ignace Mangin. Het vlak bij de oever van de Moezel gelegen lustslot werd met de hoofdgevel naar het noordoosten gericht en kijkt zo direct uit op de stad Trier. De naam Monaise betekent "mijn gemak" en is een verwijzing naar de vroegere functie van dit kleine slot als zomerresidentie.

Het gebouw is een van de weinige voorbeelden van het Franse vroegclassicisme op Duitse bodem. Deze bouwstijl is in Frankrijk ten tijde van koning Lodewijk XVIe ontstaan en wordt daarom ook Louis-Seize-stijl genoemd. Opvallend in vergelijking met de hoogte van het slot is het geringe grondoppervlak van slechts 10 x 20 meter. De hoofdgevel wordt gevormd door een drieassige middenrisaliet met vier Ionische zuilen op de bovenverdiepingen en daarachter gelegen loggia. Bekroond wordt de middenrisaliet door een wapen dat door twee leeuwen wordt gedragen. De zinspreuk hieronder "OTIUM CUM DIGNITATE" betekent "rust in waardigheid". Het slot wordt omgeven door een balustrade van zandsteen en vier hoekpaviljoens.

Toen de bouwheer Graaf van Walderdorff in 1791 prins-bisschop van Speyer werd, verkocht hij het slot aan Eleonore von Blochhausen, de weduwe van een raadsheer van het hertogdom Luxemburg. Het gebouw kwam hierna in handen van verschillende eigenaren. Vanaf 1920 behoorde het de "Vereinigte Hospitien" toe en in 1969 werd het uiteindelijk eigendom van de stad Trier. Omdat het slot lange tijd niet echt gebruikt was, was de toestand van het gebouw zienderogen verslechterd, hoewel er steeds weer beschermende maatregelen waren genomen. Talrijke pogingen om het gebouw te redden mislukten uiteindelijk vanwege de financiering. Pas de toezegging van de Duitse stichting voor monumentenzorg, de Deutsche Stiftung Denkmalschutz, om met een subsidie van 1,8 miljoen euro de oorspronkelijk gecalculeerde restauratiekosten over te nemen, bracht in 1992 de zaak in beweging. De deelstaat Rijnland-Palts en het Duitse Ministerie van Binnenlandse Zaken zorgden nog voor verdere subsidies. Deze laatstgenoemde subsidies werden slechts verstrekt omdat het slot Monaise een cultuurhistorisch monument van nationaal belang is. De bevolking van Trier zelf zette zich ervoor in door een vereniging ter ondersteuning van de restauratie van het slot op te richten.

De herstelwerkzaamheden van slot Monaise werden in mei 1997 afgerond. Op grond van omvangrijk onderzoek op het gebied van restauratie en bouwhistorie kon er veel nieuwe kennis over de oorspronkelijke inrichting van het slot worden vergaard. Voor zover mogelijk werden deze onderzoeksresultaten telkens in het saneringsconcept verwerkt zodat in nauwe samenwerking met het bureau voor monumentenzorg van de deelstaat Rijnland-Palts, het Landesamt für Denkmalpflege, in Mainz een goede restauratiestandaard kon worden bereikt. Hierdoor vielen de bouwkosten echter ca. DEM 10 miljoen hoger uit. Deze extra kosten konden weer gefinancierd worden door subsidies op het gebied van monumentenzorg.

Met het slot Monaise, waarin tegenwoordig onder andere een hoogstaand restaurant is ondergebracht, kreeg Trier weer een gebouw met een bijzondere cultuurhistorische betekenis terug. De regio heeft daarmee een verdere bezienswaardigheid van een hoge culturele waarde.

Meer informatie

Slot Monaise, 54294 Trier-Zewen, tel. +49 651 828670, fax +49 651 828671, info@schloss-monaise.de
Officiële homepage: www.schloss-monaise.de

Er worden geen rondleidingen of bezichtigingen aangeboden.