Römerbrücke

De Römerbrücke in Trier over de Moezel is een van de oudste Romeinse bruggen ten noorden van de Alpen. Ook vandaag de dag nog is deze brug qua afmetingen en stabiliteit zonder problemen opgewassen tegen het moderne verkeer.

Een blik op de geschiedenis van de Römerbrücke toont aan dat er in totaal drie bouwfasen waren.

De eerste bouw vond tegelijk met de stichting van de stad in 16 voor Chr. plaats.De eiken die voor de fundering in de Moezel werden geheid, werden in datzelfde jaar geveld.

De tweede bouw vond rond 71 na Chr. plaats. De palen moesten nu een massieve balkenconstructie dragen die het fundament vormde voor de stenen pijlers.

De derde bouw moet tussen 144 en 152 na Chr. gedateerd worden. Van de zeven pijlers stammen er tegenwoordig nog vijf uit de Romeinse tijd. Deze hebben een stortmuurkern die met 35 - 95 cm hoge en tot 3 m lange basaltlava-blokken is afgedekt. Deze blokken zijn op hun beurt met ijzeren krammen in gegoten lood met elkaar verbonden. Stroomopwaarts zijn ze puntig: daar dienen ze als ijsbrekers. Eerst steunde de houten rijbaan op kraagstenen. Onder keurvorst Boudewijn van Luxemburg ontstonden uiteindelijk stenen bogen.